Natuur en landschap
Streefbeeld van de gemeente
In het buitengebied zijn zo min mogelijk lichtbronnen zichtbaar om flora en fauna, het open landschap en de zichtbaarheid van de sterrenhemel te beschermen. Als er licht nodig is voor (verkeers)veiligheid of werkzaamheden, dan is het licht optimaal gericht met een lage intensiteit en wordt het uitgeschakeld zodra dit mogelijk is.
Deze factsheet gaat over natuur en landschap in de avond en de nacht. De keuzes voor gemeentelijke openbare verlichting in het buitengebied vindt u hier.
Behoud van natuur en landschap
Het buitengebied bestaat vooral uit agrarisch gebied en natuurgebied. Naast agrarische bedrijven komen er ook burgerwoningen en –erven voor en enkele niet-agrarische bedrijven. Toerisme en recreatie zijn kleinschalig en bestaan uit fiets- en wandelroutes en nevenactiviteiten op bestaande erven. De gemeente biedt in haar bestemmingsplan Buitengebied ontwikkelingsruimte voor de landbouw met respect voor natuur en landschap.
Foto: Zuidoostelijke dorpsrand van De Wilp wordt bepaald door de rondstralers bij de woningen.
Nachtelijk beeld van het landschap
Ruimtelijke ontwikkelingen hebben invloed op de landschappelijke waarden bezien bij daglicht. Maar ontwikkelingen kunnen ook invloed hebben op de leefbaarheid en duurzaamheid van natuur en landschap in de avond en de nacht.
In Nederland worden stilte en duisternis steeds zeldzamer. Ze worden in onze samenleving daardoor steeds meer gewaardeerd. De natuurgebieden en open landschappen van Westerkwartier zijn relatief donker, net als de rest van het buitengebied. Dit beeld wordt op sommige plaatsen verstoord doordat:
- de hemel verlicht wordt, met name door licht uit omringende steden
- er individuele lichtbronnen in het landschap zichtbaar zijn
- de dorpsrand en soms ook een gele koepel boven de dorpen zichtbaar is
Het buitengebied is in de avond en nachtelijke uren relatief donker. Het exacte beeld hangt af van de richting waarin je kijkt.
Foto: dorpsrandzône van Zuidhorn vanaf het noordwesten
1. Omhoog - de donkere hemel
Kijkend naar boven, op een heldere nacht, zijn veel meer sterren zichtbaar dan in de meeste andere delen van Nederland. Er is relatief weinig lichtvervuiling. Toch wordt ook de hemel boven de gemeente verlicht. Dit komt door de uitstraling van steden en grotere woonkernen in de regio en lokale lichtbronnen, zoals sportveldverlichting en openbare verlichting.
Foto: Op dorpsrandzônes zijn vaak diverse lichtbronnen zichtbaar (openbare verlichting maar ook bedrijven of particuliere verlichting). Op deze foto is alleen openbare verlichting van Kommerzijl zichtbaar vanaf het donkere open landschap.
2. Naar de horizon - richting open landschap
′s Avonds en ′s nachts, kijkend naar de horizon over het open en vrij donkere landschap, zijn individuele lichtbronnen vaak goed zichtbaar. Sommige zijn zichtbaar maar storen niet, omdat ze bijvoorbeeld naar beneden stralen of niet fel zijn. Andere lichtbronnen storen wel. Voorbeelden hiervan zijn:
- felle buitenlampen van particulieren, met name als ze schuin zijn gericht
- felle terrein- of reclameverlichting van een bedrijf
- een verlichte paardenbak (in de avond)
- open stallen, waarvan de oranje of witte streep licht van verre zichtbaar is (in de avond)
- openbare verlichting, als er strooilicht of fel licht is in het verder donkere buitengebied
Foto: Zelfs moderne vlakke armaturen zijn zichtbaar in het open landschap (Noorderlicht, Zuidhorn)
3. Naar de horizon - richting dorpskern
Kijkend vanaf het buitengebied naar de dorpskernen, zijn lichtbronnen zichtbaar van vooral woningen, maar ook van bedrijven en sportvelden. Soms is er een gele lichtkoepel zichtbaar, maar deze is veel minder opvallend dan de bekende oranje verlichte hemel boven grote kassengebieden.
Foto: Sportveldverlichting is vaak van grote afstand zichtbaar maar is gedurende de nacht uitgeschakeld (Talmalaan, Marum).
Gemeentelijk beleid voor lichtbronnen in natuurgebieden en (open) landschap
De gemeente respecteert de flora en fauna en het open landschap, óók in de avond en nacht. Verder vindt zij de zichtbaarheid van de sterrenhemel van belang, voor de eigen bewoners maar ook voor recreatieve bezoekers. Daarom:
- heeft de gemeente bij voorkeur geen openbare verlichting in het buitengebied tenzij dit voor de verkeersveiligheid noodzakelijk is
- is de gemeente extra zorgvuldig met haar afweging en inpassing van eventuele verlichting in natuurgebieden en open landschap
- treedt de gemeente in contact met eigenaren van storende en overbodige lichtbronnen en informeert hen over de gevolgen van verlichting en het gemeentelijke beleid om bewust te verlichten
- wordt een toename van licht in natuurgebieden en in het open landschap bij uitbreidingen of nieuwe ontwikkelingen zoveel mogelijk voorkomen door met de betrokken partijen te spreken over praktische maatregelen
- als er ernstig verstorende lichtbronnen zijn en de eigenaren hier niets aan willen doen, dan kan de gemeente in sommige gevallen maatregelen afdwingen. De voorkeur wordt echter gegeven aan het in overleg tot een oplossing komen.
De gemeente heeft in haar Bestemmingsplan Buitengebied opgenomen dat:
- lichtmasten in het buitengebied niet hoger dan 6 meter mogen zijn
- er geen lichtmasten mogen worden geplaatst binnen 100 meter van gebieden met bestemming Natuur
- nieuwe ligboxenstallen uitsluitend mogen worden gerealiseerd, indien de lichtsterkte binnen niet meer dan 150 lux bedraagt dan wel de stal tussen 20.00 uur en 6.00 uur is voorzien van voorzieningen die de lichtuitstraling tenminste met 90% reduceren
Gemeentelijk beleid specifiek voor Natuur
De volgende gebieden zijn belangrijk vanwege hun natuurwaarden:
- Lauwersmeer (provincies Groningen en Friesland - ontwerptekst beheerplan beschikbaar)
- Leekstemeer (provincie Drenthe - ontwikkeling beheerplan gestart eind 2015)
- Bakkeveense Duinen (provincie Friesland - ontwikkeling beheerplan gestart eind 2015)
Bij ontwikkelingen in en buiten deze gebieden zal, volgens de wettelijke voorschriften, getoetst worden op gevolgen voor de nabije natuur. Het effect van verlichting zal door de provincie in die Natuurtoets worden meegenomen. De provincie Groningen is ook op het gebied van de eigen openbare verlichting gericht op het voorkomen en verminderen van de lichtuitstoot en energieverbruik onder andere door in te zetten op alternatieven voor verlichting (zoals markering), gerichte verlichting (armaturen) en dimmen.
De Milieu Effect Rapportage bij het Bestemmingsplan Buitengebied van 2008 geeft een uitleg over de verstoring van het normale gedrag van soorten dat kan optreden door kunstmatige verlichting van de nachtelijke omgeving. De volledige alinea is weergegeven onderaan deze factsheet.
Provinciaal beleid- beheerplan Natura 2000
Het ontwerpbeheerplan voor het Natura2000 gebied Lauwersmeer van augustus 2015 bevat de volgende relevante informatie aangaande verlichting:
- het belang van verlichting en duisternis wordt enkele keren genoemd
- voor deze diersoorten wordt licht/duisternis genoemd als belangrijke factor:
- roerdomp - het waarborgen van de duisternis is belangrijk
- kolgans - idem
- grutto - verstoring door lichtbronnen vormt een bedreiging
- van twee lichtbronnen is onderzocht er een negatief effect is op de natuur:
- vaste lichtbronnen van recreatieterreinen - deze zijn niet negatief beoordeeld
- het cumulatieve effect van (de stalverlichting van) de veehouderijals verstoring voor de rustende vogels - er is geen aanleiding voor mitigerende maatregelen bij het huidige gebruik van de stallen.
Foto: rondstralende verlichting aan de rand van een woonwijk is van veraf zichtbaar (Korbeel, Oldehove)
Alinea over licht (effecten op overige natuurdoelen) in de Plan-MER bij het Bestemmingsplan Buitengebied van Westerkwartier (2008)
Kunstmatige verlichting van de nachtelijke omgeving kan tot verstoring van het normale gedrag van soorten leiden. Verlichting kan negatieve effecten hebben op dieren; hun biologische klok wordt ontregeld. Vogels gaan bijvoorbeeld eerder zingen. Omdat meer dan de helft van de dieren ‘s nachts actief is, kan dit een effect hebben. Ook kan verlichting de biologische kalender van dieren verstoren. Hierdoor gaan ze eerder of later paren, nesten bouwen of trekken. Dit kan de overlevingskansen van de soort beïnvloeden. Tot slot worden veel dieren aangetrokken of juist afgestoten door licht. Dit zorgt voor versnippering van leefgebieden maar ook een grotere kans op predatie.
De algemene invloed op het nachtelijk duister is voor vogels van belang in verband met de oriëntatie op hemellichamen. Vooral tijdens specifieke weersomstandigheden met slecht zicht kunnen aanwezige lichtbronnen leiden tot oriëntatieproblemen en verstoring. Hierbij is de nabijheid van plekken om te landen en/of te verblijven een belangrijke factor, die het mogelijke effect zal verzachten.
Een nieuwe ontwikkeling in de agrarische sector zijn open stallen met veel lichtuitstraling naar de omgeving. Aangezien het een nieuwe ontwikkeling betreft is een negatief effect niet op voorhand volledig uit te sluiten. Wel kunnen maatregelen worden genomen die de lichtuitstraling sterk beperken. Hiermee rekening houdend zal hooguit sprake kunnen zijn van een zeer lokaal effect op vogels en zoogdieren. Negatieve effecten op bijvoorbeeld trekvogels zullen dan niet optreden.
In het algemeen is het voor de natuur (en voor de belevingswaarde van het landschap) van belang om het verlichtingsniveau van het landelijk gebied in de nacht zo mogelijk te beperken en zeker niet te doen toenemen. Op grond hiervan kan worden aanbevolen om bij relatief open staltypen de mogelijkheden voor beperking van lichtuitstraling te bezien.
Foto: in principe verlicht de gemeente het buitengebied niet. Deze lichtmast geeft voor de verkeersveiligheid de zijweg aan (buitengebied Zevenhuizen)