Dimmen
Streefbeeld van de gemeente
Verlichting heeft de juiste verlichtingssterkte passend bij het gebruik van die locatie (zoals de hoeveelheid verkeer) op dat tijdstip. Daarom wordt in veel gevallen dimbare verlichting geplaatst en wordt de avond-nachtschakeling voortgezet waar dit passend is.
Aansturen van wegverlichting (bijvoorbeeld voor dimmen)
Als er meer verkeer is, is er een hoger lichtniveau gewenst. ′s Avonds laat en ′s nachts, als er bijna geen verkeer is, is er minder licht nodig of kan het zelfs worden uitgeschakeld.
Door te schakelen of dimmen kun je de hoeveelheid licht afstemmen op de hoeveelheid verkeer. Voordelen zijn:
- minder energieverbruik
- minder lichthinder en lichtvervuiling
- lampen gaan langer mee
- de hoeveelheid licht is afgestemd op de behoefte van dat moment
Foto′s: voorbeeld van moderne verlichting, links gedimd naar 70%, rechts ongedimd (Hanckemalaan, Zuidhorn)
Schakelen via de avond- en nachtader
Veel verlichting wordt van oudsher om en om door twee verschillende aders gevoed met electriciteit. De zogenaamde avondbranders zijn de lampen die tegen middernacht uitschakelen en weer aanschakelen in de ochtend tot er voldoende daglicht is. De zogenaamde nachtbranders zijn altijd aan wanneer het buiten donker is.
Met deze manier van om en om uitschakelen wordt veel energie bespaard en wordt er, net als bij dimmen, rekening gehouden met het feit dat er in de nacht minder gebruik wordt gemaakt van de buitenruimte.
Foto′s: In Marum is de avond-nachtschakeling nog in gebruik op veel locaties zoals op de Factorij. Links: de LED lampen in de avond, rechts: enkele lampen worden uitgeschakeld in de nacht
Uitschakelen van verlichting vanaf 2016
De gemeente schakelt verlichting uit waar mogelijk, bij:
- lege parkeerplaatsen
- aanlichting van gebouwen en kunstwerken
- informatieborden (behalve plattegrondsborden)
Statisch dimmen en dynamisch dimmen
Onderstaande foto′s geven een doorgaande weg weer die verlicht is op 100% en 70% verlichtingssterkte. Weggebruikers hebben over het algemeen geen last van dimmen. Sterker nog, de ervaring leert dat ze het verschil niet opmerken. Kennelijk is minder licht in veel gevallen voor de weggebruiker ook voldoende.
Foto′s: doorgaande weg met respectievelijk 100% en 70% verlichtingssterkte. Belangrijk is dat het wegverloop en het verkeer voldoende zichtbaar zijn. (foto′s beschikbaar gesteld door Philips/Indal)
Er zijn twee soorten dimsystemen voor wegverlichting.
1. Statisch dimmen
Dit betekent dat op vaste momenten het licht wordt teruggedimd en ’s morgens desgewenst weer wordt opgeschakeld naar 100%. De meerkosten van een statisch dimsysteem worden in veel gevallen terugverdiend door het lagere stroomverbruik en doordat de lampen langer meegaan.
2. Dynamisch dimmen
Dit is een meer hightec systeem, waarbij steeds wordt gemeten hoeveel verkeer er op dat moment is. Ook kunnen de weersomstandigheden worden meegenomen. De hoeveelheid licht wordt daar continu op aangepast. De gemeente kan zelf de hoeveelheid licht opschakelen, bijvoorbeeld tijdens wegwerkzaamheden. Dit systeem is duurder in de aanschaf, maar kan zeer bruikbaar zijn op wegen waar de verkeersdrukte sterk varieert. Deze techniek is tot nu toe niet ingezet.
Gemeentelijk beleid schakelen en dimmen vanaf 2016
Op het moment dat verlichting aan vervanging toe is, wordt beoordeeld of dimbare verlichting wenselijk is op die locatie. Dit hangt af van het lampvermogen, van de verkeersveiligheid en van de sociale veiligheid. Waar mogelijk wordt de avond/nachtschakeling voortgezet in combinatie met het dimmen van verlichting. Een deel van de verlichting gaat dan uit in de late avond.
De gemeente dimt nieuwe verlichting in stappen:
- tot 23.00 uur: lichtniveau 100% van het geïnstalleerde vermogen
- van 23.00 tot 6.00 uur: lichtniveau afhankelijke van de situatie, vaak 70% van het vermogen
- vanaf 6.00 uur, in de winterperiode: lichtniveau 100% van het vermogen
Het schema voor de avond/nachtschakeling gaat op de meeste plaatsen ook naar 23.00 uur en 6.00 uur.
Argumenten hierbij zijn:
- De gemeente wil onnodig licht en energieverbruik voorkomen en hierin het goede voorbeeld geven.
- De gemeente wil de hoeveelheid licht afstemmen op het weggebruik.
- De ervaring is dat bewoners en weggebruikers het verschil niet zien tussen de gedimde en ongedimde situatie.
- De ervaring is dat bewoners geen problemen hebben met het gedeeltelijk uitschakelen van licht in de nachtelijke uren.
- Ook al wordt veel verlichting al op een lager lichtniveau dan de landelijke adviesrichtlijn ROVL aangelegd (bijvoorbeeld op 70%), vindt de gemeente dat de verlichtingssterkte op gezette tijdstippen toch omlaag kan op diverse locaties.
- Waar het mogelijk is om verlichting volledig uit te schakelen in de nachtelijke uren, zoals bij parkeerplaatsen die niet worden gebruikt, verdient volledig uitschakelen de voorkeur.
- De gemeente streeft naar gelijkmatige verlichting conform de adviesrichtlijn op het moment dat lantaarnpalen worden ge/herplaatst. Deze gelijkmatigheid is vooral van belang vóór 23.00 uur en na 6.00 uur.
- De meerkosten van dimmen nemen steeds verder af en verdienen zich in veel situaties terug door de besparing in energiekosten en de levensduurverlenging van de verlichting.