Open stallen
Streefbeeld van de gemeente
Stalverlichting ondersteunt de werkzaamheden en is dusdanig ingericht dat de dieren onder goede omstandigheden leven. Tegelijkertijd worden de lichtuitstoot en het energieverbruik geminimaliseerd.
Foto: voorbeeld van een open stal waar de verlichting op de nachtstand staat.
Ontwikkelingen in de veehouderij
De melkveehouderij is in ontwikkeling door het afschaffen van de melkquota. In combinatie met schaalvergrotingsproces leidt dit tot de bouw van meer en grotere melkveestallen.
In melkveestallen wordt de laatste jaren steeds meer verlichting toegepast. Licht speelt een belangrijke rol in de melkproductie en is nodig voor de verzorging van de dieren. ’s Nachts brandt veelal alleen ′waak′licht. Sommige ondernemers doven een groot deel van de lampen (al dan niet vanwege hinder voor de omgeving) al rond 20 uur en zetten ze vroeg in de ochtend weer aan.
Niet alleen de sector als geheel groeit, dit geldt ook voor de behuizing. Moderne stallen hebben hogere goot- en nokhoogtes en meer open zijgevels vanwege dierenwelzijn (frisse lucht). Deze ontwikkelingen kunnen leiden tot meer lichtuitstoot naar de omgeving waardoor moderne stallen ook ’s avonds zichtbaar zijn in open landschap.
Foto: Open stal (Leidijk, Marum)
Hinderlijke verlichting
Ligboxenstallen kunnen door de uitstralende verlichting in de avonduren een bron van landschapsverstoring zijn. De oranje of witte lichtstreep is van verre zichtbaar als deze niet is afgeschermd. Omwonenden en weggebruikers kunnen hinder van het licht van open stallen ondervinden. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat een lichtbron effecten kan hebben op de flora en fauna in de omgeving.
Foto: open stal vanaf de provinciale weg vrijwel niet zichtbaar door afschermende bomenrij (Munnikeweg, Oldekerk).
Maatregelen
Het is mogelijk om de stallen zo in te richten en te verlichten dat de lichtuitstraling beperkt is, zeker bij renovatie, uitbreiding en nieuwbouw van stallen. De gemeente en de ondernemer kunnen op dat moment afspraken maken over het licht zelf:
- het terugbrengen van de verlichtingssterkte tot 150 lux tussen 20:00 en 6:00 uur
- de plaatsing van de armaturen (als deze boven de goothoogte hangen dan is er niet direct zicht op de lampen)
- de richting waarop de armaturen het licht uitstralen
- het gebruik van energiezuinige lampen
en over het gebouw en de omgeving:
- de lengte van de overstek
- het dak (deze kan geheel dicht zijn of ramen bevatten)
- het gebruik van beweegbaar lichtwerende gordijnen
- het afschermen via landschapselementen zoals bomenrijen, of via een ophoping van grond
De onderste alinea van deze factsheet geeft een meer technische omschrijving hiervan uit het ′convenant storende lichtemissie melkveestallen′.
Foto′s: open stallen (links: Jonkersvaart, rechts: buiten Zevenhuizen)
Gemeentelijk beleid
De gemeente wil een stimulerende en adviserende rol spelen aangaande bewuste verlichting van open stallen. De gemeente neemt contact op met eigenaren van bestaande verlichting, zoals verlichting in open stallen, als die storend is voor omwonenden, weggebruikers of het donkere landschap. Besproken wordt welke maatregelen er redelijkerwijs mogelijk zijn om de overlast te beperken.
Daarnaast is de volgende provinciale regel overgenomen in het Bestemmingsplan Buitengebied in Westerkwartier:
In de Groningse Omgevingsverordening 2016 wordt voorgeschreven dat melkveestallen met een verlichtingssterkte van meer dan 150 lux (in de stal) tussen 20.00 uur en 6.00 uur de lichtuitstraling door het treffen van voorzieningen met ten minste 90 procent moeten reduceren.
De provincies vragen in hun (ontwerp)beheerplan voor de Natura 2000 gebieden aandacht voor het tegengaan van lichthinder door open stallen. Bij het toetsen van plannen in het kader van de Natuurbeschermingswet, neemt de provincie de impact van verlichting mee.
Convenant storende lichtemissie melkveestallen
Dit convenant uit april 2015 is van LTO Noord, Natuur en Milieufederatie Groningen en Friese Milieu Federatie. Het bevat concrete afspraken over beperking lichthinder bij nieuw te bouwen stallen en bij bestaande stallen.
Het bijbehorende technische document beschrijft hoe de stallen ingericht moeten worden om lichthinder te voorkomen. Er worden voorwaarden voor montage van verlichting en de uitstraling van armaturen genoemd:
- de onderkant van alle armaturen hangen minimaal 1 meter boven de goothoogte
- het armatuur is zo afgeschermd dat geen licht boven 90 graden met de verticaal straalt
- als de onderkant van een armatuur minder dan 1 meter boven de goothoogte gemonteerd is, is het armatuur zo afgeschermd dat geen licht boven 80 graden met de verticaal straalt
- elk armatuur dient ten minste 5 meter van elke zijmuur geïnstalleerd te worden
- het technische document benoemt (in tabel B) meetpunten waarvandaan de verlichting tot aan de middellijn van de stal (meestal de nok) niet gezien mag worden. De verlichting die is gemonteerd voorbij de middellijn (gezien vanaf de locatie waar vandaan de meting wordt uitgevoerd) mag wel zichtbaar zijn.
Foto′s: Deze open stal heeft fel licht maar met een beperkte hoogte door een lichtwerend doek. Daarnaast vallen de buitenlampen op. (Jan Gosseswijk, De Wilp)